portret foto

Over Geertje Huisman

Zwieren over het Zuiderstrand en de Zandmotor en dan verzamelen. Daarna afdrukken maken van indrukken. Naar de natuur, abstract, stillevens en fantasiewezens, twee- en driedimensionaal. Geraapte bijzonderheden met sporen van de tand des tijds of dagvondsten uit de branding neergelegd tot temporaine stillevens, strandsieraden of zeeweefsels.

Geertje Huisman (1965) noemt het combiMeren. Haar ogen registreren texturen, vormen, kleuren, roest, verwering, doorkijkjes, groeistadia en variaties daarbinnen, die worden opgelicht door de zon. Geen dag gaat voorbij zonder dat er is gefotografeerd of verzameld en vastgelegd wat het oog ziet.

Het combiMeren begon rond 2013 met straatvondsten gelegd op een achtergrond van lood of zink en oud hout. Het werden veelal ‘vreemde vogels’, wezentjes en beesten. Haast abstract maar toch herkenbaar. In de loop van de tijd zijn daar schelpen, steentjes en andere natuurlijke materialen aan toegevoegd en ontstonden er drie-dimensionale composities en objecten.

In haar passie om stillevens samen te stellen en te fotograferen komt haar voorliefde voor textuur, organische vormen en ook toegepaste kunst goed tot zijn recht. Want van oorsprong is Geertje kunsthistoricus met een specialisatie in moderne toegepaste kunst en specifiek glaskunst. Ze studeerde aan de Rijksuniversiteit Leiden en is werkzaam bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Als kunstenaar is ze autodidact.

Dingenvinder

“Dingenvinder, straatjutter en strandjutter dat word je niet, dat heb je in je. Van niets iets maken, dat is een drive in mij die van heel diep komt. Ik word heel blij wanneer ik van oude resten iets nieuws en moois kan maken. Iets dat ‘stuk’ is ‘helen’, dat werkt voor mij, letterlijk en figuurlijk.

De laatste jaren ben ik vaker aan zee dan voorheen en ik word nog iedere keer gegrepen door de bijzondere schatten die op het strand aanspoelen. De eikapsels van Roggen, Haaien, Zeekatten en Wulken, die vind ik magisch. In het Engels heten de eikapsels van de Roggen Mermaid’s purses, die benaming vind ik zo poëtisch. Daar is de serie zeemeermintasjes mede door geïnspireerd.

Tien jaar geleden maakte ik mijn eerste driedimensionale objecten met zwarte eikapsels. Ik was in Ault, aan de Normandische kust en ik vervormde stukken aangespoeld geroest metaal en er ontstonden een stoeltje en een windwagen, die ik beide voorzag van die eikapsels door ze aan elkaar te naaien. Dit jaar ontstond weer door toeval een stoel, nu op ware grootte en daar heb ik verschillende soorten eikapsels in verwerkt. Zo werd het een ‘Broedstoel’. De pootjes zijn gemaakt van wilgentakken die door een bever zijn ontdaan van bast. Het lijkt alsof de stoel zo de benen kan nemen, wat een contrast vormt met de eieren die vast zitten en nog uit moeten komen. Dat spreekt tot de verbeelding; denk je in dat je in een onderwater kraamkamer bent en dat voor je ogen uit al die eitjes prachtige zeewezens geboren worden. Van oorsprong komt al het leven uit zee, kun je je dat voorstellen? Terwijl, wat wij vinden aan hetstrand, dat wat aanspoelt meestal dood of kapot is. Ik verzamel het en geef er opnieuw vorm en betekenis aan, dat is mijn passie. Dat doe ik onder het mom van: ‘de zee geeft, het tij keert en keert, mijn hand legt de laatste hand’.

Het afgelopen jaar ben ik op zoek gegaan naar de klauwvoetjes van zeewier. Ook zo’n geweldig fenomeen. Dat zijn de plekken waar zeewier zich op vastzet, zich aan vast klauwt. Dat kan een rots zijn, maar ook een schelp of steentje. Daar groeien parasieten op mee, mosjes, pokjes en dat zijn ware kunststukjes op zichzelf. Je hoeft in aangespoelde kluwen wier maar even te graaien en je herkent al snel de ‘beginstukjes’, het klauwvoetje. Daar waar het wier zich begint te vertakken. Ik scheur die af en verzamel ze en verwonder me thuis steeds opnieuw over die fantastische onderwaterwereld die alleen al in zo’n voetje aan het daglicht is verschenen.”

Exposities

Expositie Museum het Leids Wevershuis

Van 13 december 2025 tot en met 1 maart 2026 is de expositie Z.wiersels en Z.weefsels te zien in Museum het Leids Wevershuis.

Deze winter is niet eerder getoond oud én nieuw werk van Geertje te zien in een wel heel bijzondere locatie. De plek was mede het uitgangspunt om eindelijk met vrije en toegepaste objecten naar buiten te treden. Toen ze voor de eerste keer het Leidse Wevershuisje bezocht, wist ze dat dit de plek was waar ze haar objecten zou willen (laten) zien. Om te kijken hoe deze zich zouden verhouden tot ruimtes waar de tijd stil staat. Het huisje is klein, aandoenlijk in zijn eenvoud en heeft in haar ogen een enorm hoog ‘houtje-touwtje’ gehalte. Het past haar als een jas.

Zandroest

In de gang van het Wevershuis hangt een serie zeemeermintasjes, staan (mini) stoeltjes van eikapsels en schelpen. Een roestige wereld die je niet kende ontvouwt zich in de kelder en lijkt uit het zand opgegraven, wat stuk was is geheeld. Scherven zijn met geroest zand aangeheeld in borden en bekers. De resten en raapsels zijn verworden tot artefacten en archeobjecten, veelal met een huid van zandroest. Stukken oeroude Hartschelpen worden bezield met nieuwe schelpstukken tot duo-schelpen. Wulken zijn uitgegroeid tot schuilschelpen.

Meer ‘persoonlijke’ sporen vind je in de bedstede, waar zachte handen je lijken aan te raken. Handen zijn een terugkerend thema, in was, steen of textiel. En dan zijn er wezens die ‘de tijd bewaken’. Zoals ‘Pina’, het kastanjebladstokjesvrouwtje dat eeuwig naast haar huisje de wacht houdt. Of de bepokte Zeesluiswachtster, die waakt over de ingang van de zee. Ze is gemaakt van opgedregde vondsten uit de Scheveningse Spuisluis. 

Kom kijken tot en met 1 maart 2026 tussen 13.00 en 16.00 uur. Maandagen, beide Kerstdagen en Nieuwjaarsdag gesloten. Adres: Middelstegracht 143, Leiden.
Meer informatie op wevershuis.nl

Download de poster hier en geef hem een goede zichtbare plek!


Krantenartikel Haagse Strandjuwelen (2021)

Spelende kinderen op het strand, hoe ze rond hobbelen met emmertjes en schepjes en ik heb ontdekt dat ik zelf ook nog steeds uren kan spelen met wat de zee me brengt. Toen ik 28 jaar geleden naar Den Haag verhuisde, kwam mijn liefde voor strand, zand en zee weer volop tot leven. Ik woon in Duinoord en de eerste jaren was ik vooral op het Noorderstrand en Meijendel gericht. Pas later ontdekte ik het Zuiderstrand, het Westduinpark en de uitgestrektheid van de Zandmotor.

Tijdloos spelen

Op het Zuiderstrand kwam mijn liefde voor het strand en de zee weer tot leven. Vooral op de Zandmotor waan je je echt op de Waddeneilanden en kan ik uren rondstruinen; wat een ruimte, leegte en verstilling. En je kunt er van alles vinden. Als je geluk hebt, want sinds een aantal jaren rijden er ook daar vrachtwagens die het strand ‘schoonmaken’. Tot mijn grote frustratie, want naast dingen van de straat pak ik ook dingen uit de vloedlijn op. Iedere keer zijn dat andere dingen. Afhankelijk van het weer, de wind, het seizoen en waar het licht mijn oog op wijst. Ik heb gemerkt dat ik anders kijk dan de meeste mensen. Mijn ogen schieten van grote lijnen, de structuren van eb en vloed in het zand naar kleine details. Naar de schaduwwerking door licht, een stuk versteend bot van een paard van duizenden jaren geleden, eikapsels van sterroggen, hondshaaien of wulken, zeesterren, kwallen, een schelp die overdekt is met witte pokken of het licht dat door een dunwandige blauwe mosselschelp schijnt. En dat licht, al die details leg ik vast. Ik fotografeer heel wat af.

Strandjutten

Ik kwam onlangs mijn eerste zandformatie foto’s van twaalf jaar geleden weer tegen, die ik maakte op Schiermonnikoog. Het lijken enorme rotsformaties maar zijn in werkelijkheid maar vijftien centimeter hoog en door de wind gevormd. ‘Natural beauties’, zeg maar. 

Dat effect heb je ook langs de afgekalfde kustlijn ter hoogte van de Argus mast op de zandmotor. Daar hoef ik niet voor naar de kust in Engeland of Normandië. Dat beleef ik hier in het klein. Zeker in Coronatijd ervaar ik hoeveel geluk we in Den Haag hebben om zo dicht bij de kust te wonen en daarvan te kunnen genieten. Mij verveelt het nooit. Dat strandjutten ben ik vooral gaan doen nadat ik straatjutterskunstwerkjes ben gaan maken en dat is alweer zo’n tien jaar geleden. Als dingenzoeker ben ik dol op platgereden stukjes verroeste ijzer en verweerde materialen met sporen van gebruik. Die combineer en componeer ik op een plaat verweerd hout met een stuk lood tot gekke vogels, beesten of mensfiguren. De vormen van het materiaal bepalen wat het wordt. 

Strandjuwelen

Van wandelen en strandjutten kom ik tot rust. Het haalt het kleine meisje in mij naar boven. Zelden kom ik met lege handen thuis. Wat waardeloos lijkt in de ogen van de één, kan een juweel zijn voor mij. Als ik een aantal mooie dingetjes heb verzameld, dan zoek ik een mooi plekje uit in de vloedlijn en leg daar mijn schatten neer. Zo ontstaan de ‘strandjuwelen’. De verweerdheid van hout, een kleurrijk krabbenschildje, een mini babykwalletje of een stukje bijzonder gevormd wier brengen mij in vervoering. Ik rangschik het tot een organische of ronde vorm – je zou het een ketting kunnen noemen – en maak er dan foto’s van. Die dagvondsten vormen een tijdelijk kunstwerk. Onder het motto ‘de zee geeft en ze neemt’. Als het vloed wordt, slokken de golven het strandjuweel weer op. Zo kan de cyclus van het zoeken, vinden, rangschikken altijd doorgaan. Dat proces geeft energie. En de foto’s die blijven. Die deel ik op Facebook of Instagram. Soms neem ik onderdelen mee en maak ik er in mijn zolderatelier met touw van visnetten of andere materialen strandkettingen van.